Zondag rijdt in Montréal de mannenkoers, een dag na de vrouwenkoers, zoals gewoonlijk, en Rik weet dat maar al te goed: het is altijd op zondag dat het bureau, achteraan, het meeste werk heeft. Twee kopmannen in hetzelfde truitje betekenen voor hem nooit twee keer zoveel kansen. Het betekent twee koersplannen, en voor de knecht die terugzakt naar de wagen, twee zakken die tegelijk gevuld moeten worden.
Vooraan weet ik niet wie het voor het zeggen heeft tussen die twee, en ik ben niet zeker dat ze het zelf weten voor het laatste uur. Achteraan weet ik wel wat het geeft: in de wagen maakt men acht bidons klaar voor de ene en acht voor de andere, en wie terugzakt weet niet meer in welke zak hij welke steekt. Ze zeggen dat ze twee kopmannen hebben. Ik zeg dat ze twee zakken hebben, en maar één rug om ze te dragen.
Paul Seixas ziet dat van ver, en van ver ziet alles altijd eenvoudiger. Twee kopmannen, voor een Fransman die tegen hen koerst, dat maakt een ploeg die niet hoeft te kiezen. Voor Rik, die twee seizoenen en een half nooit de kop van een koers heeft gezien, maakt het vooral een ploeg die toch zal moeten kiezen, maar later, en zonder het op televisie te zeggen.
Voeckler, langs de andere kant, waarschuwde dat men niet enkel naar België mocht kijken, want er bleven nog veel andere tegenstanders over. Rik is het met hem eens, op zijn manier, vanuit het achterste van de koers.
Hij heeft gelijk, de Franse bondscoach. Op televisie kijkt men altijd maar naar het truitje dat aanvalt. Het bureau, achteraan, kijkt naar iedereen gelijk, want de tijdslimiet geeft niemand cadeau, favoriet of niet. Dat, in elk geval, wordt niet besproken tussen twee kopmannen.
Zondagavond zal men zeggen dat België twee troeven had. Rik zal vooral onthouden dat ze twee keer zoveel bidons te dragen hadden, en dat dat werk nooit door de camera wordt getoond. Bij ons, in Ronse, als twee jongens van de club op dezelfde dag allebei wilden winnen, was het altijd de derde, degene die de musettes droeg, die het meest afgemat aan de finish kwam.
Zondag zal men weten wie wiens bidons droeg. Tot dan heeft de wagen van de club van Ronse maar één kopman, en dat is diegene die vooraan staat aan het rode licht.
Het klopt, we hebben het nagekeken: Sporza.




