De UCI overweegt de Tour, de Giro en de Vuelta van drie weken terug te brengen tot twee. Het is een van de pistes om het wielrennen en zijn economisch model te hervormen; volgens de DH zou het de kalenders ontlasten en de kosten van de organisatoren drukken. Ik las dat zondag, na de rit, met mijn tas koffie nog warm in de hand.
Christian Prudhomme antwoordde vrijdag aan RMC, tijdens de verkenning van een etappe van de Tour 2027: „De Tour de France duurt drie weken, vier weekends, en dat is prima zo.” Vier weekends. Hij telt in weekends. Ik ook.
Want juli, bij mij, dat zijn vier zondagen. Vier ritten die om negen uur vertrekken, eigenlijk negen uur twintig, en vier keer thuiskomen om de etappe op te zetten en te denken dat ik over dezelfde wegen heb gereden. Haal er een week af, en je haalt er een zondag af. En een zondag, dat is een rit, een café en een discussie tot de middag over de col van de dag voordien.
Ik heb het uitgerekend op de tafel in de garage, tussen twee fietsen. Twee weken, dat is hoogstens drie weekends. Ik mis een koffie. Ik zeg niet dat het erg is voor het wereldwielrennen. Ik zeg dat we erover kunnen praten.
Een week minder, dat is vooral een week minder in het gruppetto. Daar heeft niemand rekening mee gehouden in de kosten.
De DH schrijft dat er aan het format van de Tour niet lijkt te worden getornd, ondanks de denkoefeningen van de UCI. Honderdvijftig miljoen kijkers wereldwijd volgden hem dit jaar op tv. Ik ben er een, vier zondagen na elkaar, met de garagedeur open.
Ik heb de club toch al verwittigd. Als het ooit naar twee weken gaat, stel ik voor om stipt om negen uur te vertrekken. Om te compenseren.
Het klopt, we hebben het nagekeken: DH Les Sports+.





