Greg LeMond sprak met Ouest-France, en WielerFlits nam het over. Hij zegt dat Paul Seixas de volgende Hinault is. „Seixas is de volgende Hinault. (…) Als hij zijn hoofd erbij houdt, heeft hij het talent om de Tour te winnen”, zei hij. Over Pogacar zegt hij: „Pogacar was goed op zijn negentiende, en Paul is op dezelfde leeftijd even goed als hij.”
Vooraan weet ik het niet. Ik heb Hinault nooit van voren gezien, niemand trouwens. Maar wat me tegenhield in het artikel, was niet de jongen. Het was de geschiedenislijn die ze eronder hebben gezet, zoals je het palmares onder de foto zet. In 1985 wint Hinault zijn laatste Tour, en LeMond helpt hem, bij La Vie Claire. In 1986 moest Hinault hem terughelpen, en toch zette hij hem onder druk. LeMond won evengoed, de eerste van zijn drie Tours.
Dat is een knechtenverhaal. Je rijdt een jaar voor de kopman, ze beloven je het jaar erna, en het jaar erna kijkt iedereen in de achteruitkijkspiegel om te weten wie voor wie rijdt. Bij ons, in de ploeg van de chassis, hadden we dat probleem niet: niemand beloofde ons iets, dus we reden zonder bijgedachte terug naar de volgwagen voor de bidons. Een bidon, die moet je verdienen. Een beloofde bidon is een andere zaak.
En nu wijst de knecht van 1985 zelf de opvolger van zijn kopman aan. Ik vind dat mooi, hoor. Hij had het woord voor zichzelf kunnen houden. Hij geeft het aan Seixas, met één voorwaarde, het hoofd erbij houden, en dat is ook wat ze in het gruppetto zeggen als de afdaling eraan komt.
„Volgende Hinault” is geen categorie in de uitslag. Ik noteer.
In België roepen we om de twee jaar de nieuwe Merckx uit, la course kan niet anders. In Frankrijk wachten ze op de hunne sinds 1985. Elk zijn klok. Ik heb het artikel naast mijn tas koffie gelegd en ben gaan kijken hoe laat de clubwagen zondag vertrekt.
Het klopt, we hebben het nagekeken: WielerFlits.






