Tachtig. Ik heb het getal op het whiteboard in de garage geschreven, tussen de winterfiets en de pomp. Tim Merlier won de laatste rit van de Eneco Tour in Arnhem, in de sprint, en het is zijn tachtigste zege. De tweede van de week, na Ede.
Ik sprint ook. Elke zondag vertrekt de rit om negen uur twintig aan het plein van Lasne, en op de terugweg staat er het gemeentebord. Daar rijden we om. Ik heb het geteld sinds ik bij de club zit: ik heb er vier gewonnen. Vier borden. Eén in februari, het was ijskoud en de anderen hadden bevroren handen op de remhendels.
Merlier startte van ver, hij kwam over Lukas Kubis en reed Groenewegen en de anderen er meerdere lengtes af. Ik start ook van ver. Vooral omdat ik niet van dichtbij kan.
De kolom, nu. Trek de rugzak af, die weegt door in een sprint. Trek de koffie bovenaan de helling af, net daarvoor gedronken. Trek de tractor af die ik heb moeten laten passeren, mijnheer, op de laatste rechte lijn van oktober. Trek de gast af die zigzagt. Dan hou ik vier borden over. Hij houdt tachtig zeges over. Zesenzeventig verschil, zelfs met de hele kolom, en Ede heb ik nog niet dubbel geteld.
Vier borden, Xavier. Goed. Maar met welke bandenspanning?
Dat weet ik niet meer. Aan de toog hebben we tot de middag gediscussieerd, en niemand heeft mij het bord van volgende zondag gegund.
Het klopt, we hebben het nagekeken: Sporza.





