Lotte Kopecky wil haar ambities niet meer zeggen. Ze legde het uit aan Sporza: als je zegt dat iets geen doel is, ben je niet ambitieus genoeg; als je zegt dat je voor een medaille of zege gaat en het lukt niet, word je overal afgeschreven. En ze besluit: “Uiteindelijk is het nooit goed.”
Ik hoorde dat in het atelier, de radio op de werkbank, het baanwiel van een klant in de montagestandaard. Dat is bij mij een spakenprobleem. Span je aan de ene kant te veel, dan slingert het wiel. Los je wat, dan slingert het aan de andere kant. Alle spaken trekken, het wiel blijft alleen recht als je er niet meer aan komt. Zij komt er niet meer aan. Ze heeft gelijk, hè.
Het WK is in Shanghai, van 14 tot 18 oktober. Met Shari Bossuyt, voor het eerst samen sinds vier jaar. De vorige keer wonnen ze de ploegkoers. Geen van beiden zegt dat ze voor de titel gaat. Goed. Maar met welke overbrenging? Niemand die het vraagt. Op de baan heb je geen derailleur, geen rem, één tandwiel. Onderweg verander je niks. Je kiest vooraf en je vertelt het aan niemand. Met ambities doen ze hetzelfde. Dat is consequent.
Ze herinnert eraan dat ze begin dit jaar drie Europese titels en Milaan-Sanremo won. Volgens Sporza is ze enkele plaatsen gezakt in de hiërarchie sinds ze twee jaar geleden de onbetwiste nummer één was. De hiërarchie krijg ik niet in de montagestandaard.
Ze zegt ook dat de baan tot Los Angeles 2028 soms voorrang zal moeten krijgen op de weg. Twee fietsen, twee afstellingen, één renster. Dat is een zadel dat je telkens op hoogte zet als je wisselt, en het meetlint altijd in je zak.
Ik ga het wiel van de klant eens richten. Zonder hem te vragen waar hij voor gaat.
Het klopt, we hebben het nagekeken: Sporza.







