« Gaan jullie maar zitten. Ik ben maar de eerste reserve, toch? », zei Remco Evenepoel, meldt Sporza. Hij is wereldkampioen tijdrijden en kan een vierde wereldtitel op rij pakken in de discipline.
De televisie toont de tafel, de micro’s en de mensen die zitten. Ze toont nooit wie de stoelen geteld heeft, en ook niet het moment waarop iemand, ergens op een gang, bedacht heeft dat het er drie zouden zijn.
Twee stoelen, drie renners, dat is rekenwerk dat ik ken. In de clubwagen is het net hetzelfde: er is altijd een plaats te weinig voor wie instapt, en niemand maakt daar een drama van, we schuiven op. Vooraan weet ik het niet. Achteraan kan ik u zeggen dat er altijd iemand is die de plaatsen telt voor we vertrekken, en dat het die mens is die de zondag rechthoudt.
Het decor heeft trouwens niets van een hotel. Na de Grote Prijs van Montreal is een groot deel van de Belgische selectie neergestreken in Bromont, een skistation op ongeveer 80 kilometer van Montreal. De bond vond dat twee weken elk op een eigen hotelkamer de sfeer in de groep niet ten goede kwam. Evenepoel, Tiesj Benoot, Quinten Hermans, Alec Segaert, Maxim Van Gils en Rune Herregodts verblijven in drie grote chalets, met onder meer een kok, een verzorger en een osteopaat.
« Het is leuk om met iedereen in een huisje te zitten, anders dan op een hotel. Het is leuk om een band te scheppen », zei Alec Segaert bij Sporza.
Het reglement voorziet een startvolgorde en een tijdslimiet. Het voorziet geen aantal stoelen. Ik noteer de opstelling. Ik geef geen commentaar.
Rik onthoudt vooral het uur van de groep: na elf uur ’s avonds wordt er niet meer gespeeld. Een huis, een tafel, een Risk-bord dat ze niet hebben kunnen uitspelen, iemand die opruimt, en de koffie van de dag nadien. Dat komt nooit op het scherm, en toch is dat wat een week koers rechthoudt.
Het klopt, we hebben het nagekeken: Sporza.




