Vaststelling. Dinsdag won Jarno Widar, 20 jaar, in Varese de Tre Valli Varesine. Eerste profzege. Achter hem, in een volgorde waar ik geen commentaar op moet geven: Tom Pidcock, Matteo Jorgenson, Quinn Simmons.
Ten eerste, de sprint. Hij liet de drie anderen op ongeveer vijf meter, om hen daarna van achteren te passeren, op zeer hoge snelheid. Kurt Van de Wouwer, sportief manager bij Lotto-Intermarché, noemde die sprint „uit het boekje”. Ik herlees het boekje. Het voorziet de manier niet. Het voorziet de aankomstlijn, en die is in de juiste volgorde overschreden. Conform.
Ten tweede, de verklaring. „Maar voor mij is er niets veranderd. Ik ben nog steeds Jarno Widar”, zei hij aan HLN. In de week lever ik op het gemeentehuis identiteitskaarten af. Er staat me geregeld iemand tegenover die beweert nog steeds dezelfde persoon te zijn. Ik vergelijk de naam, de geboortedatum, de foto. Hier klopt de naam. Twintig jaar klopt ook. Ik heb geen foto, over de foto doe ik geen uitspraak.
Ten derde, het vervolg. Hij wordt genoemd als een van de outsiders voor de Ronde van Lombardije. Hij beschrijft de Civiglio als vier kilometer klimmen aan tien procent. Hij voegt toe: „Twaalf minuten heel snel klimmen is nog steeds iets anders dan zo’n sprint.” Ik noteer dat een renner van twintig zelf twee artikels van het reglement onderscheidt. Dat is zeldzaam in een map.
Zijn manager zegt: „Alsof hij het al twintig jaar zo doet.” Ik stel vast dat hij twintig is. Ik maak de berekening niet.
Verdict: conform.
Ik noteer niet wat ik dacht bij het lezen van die vijf meter.
Het klopt, we hebben het nagekeken: HLN.






