Vaststelling. Thibau Nys, Belgisch kampioen, 23 jaar, maakte zijn rentree in de Koppenbergcross. Hij droeg een rode koersbroek, in het verlengde van zijn kampioenentrui. Hij won deze koers al drie keer. Ik commentarieer de koers niet. Ik noteer de outfit.
Ten eerste, de bedoeling. Aan Sporza verklaarde de renner: „Geen idee, ik heb er niet echt over nagedacht. Ik vond het wel iets hebben.” De bedoeling is dus niet verklaard. Wat niet verklaard is, kan ik niet classificeren.
Ten tweede, het precedent. Paul Herygers, wereldkampioen in 1994, reed jarenlang in een rode koersbroek. Volgens Sporza was die van Thibau niet meteen een knipoog naar hem. Ik noteer dat er een precedent bestaat. Ik noteer dat het niet is ingeroepen.
Ten derde, de informatieprocedure. Sven Nys verklaarde dat hij de outfit voor het eerst zag, dat hij er enkele weken eerder iets over had horen waaien in de woonkamer zonder er aandacht aan te besteden, en dat de enige in de ploeg die het wist Karen is, „want zij is degene die het regelt”. Op het gemeentehuis is het hetzelfde. Eén persoon weet waar het dossier ligt. De anderen ontdekken het aan het loket. Het dossier was volledig.
Ten vierde, de termijn. De renner legde uit dat hij, als hij volgende week het EK wint zonder de Belgische trui te pakken, niet snel meer in de driekleur zal rijden. „Dus ik wilde mooi afsluiten”, zei hij. Een deadline, een motief, een datum. Dat is wat ik van iedereen vraag.
Bij mij ontdekte mijn vrouw mijn nieuwe sokken tijdens de rit van zondag. Negen uur twintig.
Verdict: conform. Ik noteer niet dat het rood op de foto zichtbaar was vanuit mijn zetel in Amay. Dat staat niet in de kolom.
Het klopt, we hebben het nagekeken: Sporza.






