Thibau Nys won de Koppenbergcross, zijn rentree, in de sprint op de kasseien voor Michael Vanthourenhout, op zeven seconden. Derde zege op de Koppenberg. En achteraf zei hij dit tegen La DH: „Ik ben dus echt tevreden over mijn vorm. Maar technisch kan ik dat niet zijn. De perfectionist in mij kan dat niet zijn! Ik moet op dat vlak beter worden.”
Hij wint, en hij is niet tevreden over de techniek. Zo’n klant ken ik. Hij komt maandag terug naar de winkel met een fiets die werkt en zegt dat er iets is. Jij vindt niks. Hij dringt aan. En op een dag vind je het: een kabel die wrijft in de huls. Je ziet het niet, je hoort het.
De techniek, bij mij, zijn drie dingen die je afstelt. Eerst de bandenspanning, op de tiende van een bar, want op natte kasseien beslist die of de band bijt of discussieert. Dan het balhoofd. En de modder, die haal je weg voor ze droogt, hè, anders schakel je met een baksteen.
Ik zeg niet dat het dat is bij hem. Ik heb zijn fiets niet voor me. Ik zeg dat „perfectionist”, in mijn atelier, één ding betekent: iemand die terugkomt. En ik hou van wie terugkomt.
Het giet sinds vanmorgen in Moeskroen. Ik heb de tuinslang bovengehaald. Ik ga de bandenspanning van de crossfietsen van de club eens een tiende lager zetten. Niemand vraagt ernaar. Ik wel.
Het klopt, we hebben het nagekeken: Sporza.






