Het project ligt er, zonder kalender: Vermeersch, 33, wil blijven koersen zolang lichaam en hoofd het toelaten, met een beperkt programma veldrijden in de winter. Zijn overstap van Alpecin-Deceuninck naar Red Bull-BORA-hansgrohe noemt hij geslaagd. Daarna wordt het de frituur. „Als ik naar de frituur ga, denk ik altijd: ik zie mezelf hier ook wel staan”, zei hij tegen WielerFlits.
Ploegleider, commentator of piloot van een volgmotor: het staat niet bovenaan zijn lijstje. De frituur wel, en dat is geen geheim. „Onze vrienden weten dat ik graag een frituur zou beginnen”, zegt hij.
Een frituur, dat is een atelier met olie in plaats van vet. Er is een ketel, een thermostaat, een mand die zonder haperen omhoog moet komen. Als de mand vasthaakt, is dat een probleem van de geleiderail, niet van de patat. Iedereen gaat hem vragen naar de naam, de saus, de gevel. Ik wil weten op welke temperatuur die olie draait, en wie ze ververst. Want olie, dat is als een ketting: je ziet ze niet verslijten, je hoort het. Een volgmotor, daar had ik hem nog wat over kunnen vertellen, de kettingspanning vooral. Maar hij kiest de ketel. Goed zo. Een propere ketel, dat is al het halve werk, hè. Ik ga het bestelwagentje ontvetten, hoor.
Hij heeft zijn vaste bestelling al klaar: een Bicky Burger met een frietje „Julientje”, met stoofvlees, satékruiden, mayonaise, gehakt en gebakken uien. Hij maakt zijn debuut op het wereldkampioenschap de zondag na het interview.
Het klopt, we hebben het nagekeken: WielerFlits.







