De zeven elitevrouwen die Nederland op het WK in Montréal aan de start bracht, trekken ook naar Slovenië. Vollering krijgt daar steun van Riejanne Markus, Lieke Nooijen, Puck Pieterse, Karlijn Swinkels, Femke de Vries en Amber Kraak. Wiebes komt erbij voor de wegrit.
De bondscoach beschreef het parcours. « Deze wedstrijd vraagt weer iets anders van ons. Het parcours heeft veel weg van een Ardennenklassieker, met een lange aanloop voordat de steile beklimmingen bepalend zullen worden », zei hij aan WielerFlits.
In een camionnette in Moeskroen is « Ardennenklassieker » geen sfeer, dat is een onderdeel. Dat is het kleinste tandwiel, de ketting die onder druk moet doorschakelen zonder te twijfelen, het derailleurhangertje waar je twee keer naar kijkt. Een lange aanloop, dat betekent twee uur vlak waarin niets beweegt, en dan de passages waar alles afhangt van een schakeling die een halve seconde te lang duurt.
Ze zeggen dat de koers iets anders vraagt. Goed. Wat ik hoor, is een lange aanloop waarin niets beweegt, en daarna een ketting die in één keer moet doorschakelen terwijl het steil wordt. De steile beklimmingen zijn niet bepalend: het laatste tandwiel is bepalend, en dat is het altijd al geweest. Maar met welke bandenspanning, op wegen die ze niet kennen, hè?
De bondscoach legde ook de aanwezigheid van Wiebes uit, van wie de kwaliteiten niet bij het parcours passen: « Lorena wil hier haar bijdrage leveren aan de ploeg en zich in dienst stellen van het gezamenlijke doel », zei hij aan WielerFlits. Zich in dienst stellen, dat heeft in de werkplaats een naam: dat is diegene die vooraan rijdt tijdens die lange aanloop, en die daar een propere aandrijving voor nodig heeft.
Vollering rijdt ook de tijdrit, net als Nooijen, die hem in Montréal al reed. Twee disciplines, twee fietsen, twee bandenspanningen.
Twee fietsen per renster, dat is alles twee keer. Ik ga die van de club eens oppompen, dat zet mijn hoofd weer recht.
Het klopt, we hebben het nagekeken: WielerFlits.




