Patrick Lefevere is tegen koersen zonder oortjes op het WK en het EK. Hij zei het tegen WielerFlits. Hij was altijd voorstander van oortjes in de koers, zegt hij, en hij geeft een voorbeeld: bij een oliespoor op de weg kan je de renners daar tenminste voor waarschuwen.
Een oliespoor. Eindelijk iemand die het over de weg heeft.
Ik las dat in het atelier, met een poetsdoek over mijn schouder. Iedereen heeft het over tactiek, over bevelen, over wie voor wie rijdt. Hij heeft het over olie. Dat is een onderwerp. Olie op de weg eindigt in de remblokken, op de velgen, in de cassette. Je ziet het niet, je hoort het bij het remmen. Als iemand dat de renner vooraf kan zeggen, teken ik.
Dan is er de rest. De renners worden goed betaald, zegt Lefevere, en de werkgever moet hen bevelen kunnen geven. Goed. Maar het bevel loopt via een draadje, een batterij en een doosje op de rug. Dat is materiaal. En materiaal controleer ik voor de start, niet tijdens de koers.
Wout van Aert is duidelijk geen fan van koersen zonder oortjes. Mathieu van der Poel zit in het andere kamp. Ik ga ze niet uit elkaar halen. Ik zeg alleen dat een oortje met een lege batterij een WK zonder oortje is, en niemand heeft iets verboden.
Het reglement verbiedt het toestel. Voor olie voorziet het niets. Ik noteer.
Hij vond dit kampioenschap bizar en boeiend om te volgen. Wat hem stoort, is dat het bizarre nu gelinkt wordt aan de afwezigheid van oortjes. Daar volg ik hem: als een koers bizar is, kijk ik eerst naar de bandenspanning, hè.
Zondag leg ik een propere poetsdoek en een flesje ontvetter in de bestelwagen. Voor de olie verwittig ik niemand. Ik maak achteraf schoon.
Het klopt, we hebben het nagekeken: WielerFlits.







