Luxemburg is derde in de gemengde aflossing van het EK. Twaalf maanden geleden was het vijfde. Twee plaatsen op een jaar, als ploeg, mannen en vrouwen, met een fietswissel na 3 kilometer voor Mathieu Kockelmann en ploegmaats die op hem wachtten. Ik lees dat als een clubrit.
Want in de club wachten we ook. Elke zondag. De rit vertrekt om negen uur, ik ben een man van negen uur twintig, dus er wordt gewacht. Daarna wachten we op wie lek rijdt, op wie bij de koffie stopt, en op mij aan het rode licht in Oudenaarde als we naar Vlaanderen rijden. Luxemburg heeft één keer gewacht en een medaille gepakt. Wij wachten de hele tijd en pakken een koffie. Ik zeg niet dat het hetzelfde is. Ik zeg dat we erover kunnen praten.
Jempy Drucker zei tegen DirectVelo: „We zijn er al lang mee bezig. Vorig jaar zijn we met de gemengde aflossing begonnen met als doel een medaille, en die komt er al in het tweede jaar, dat is ongelooflijk.” Volgens hem reden zijn renners in de laatste 5 kilometer op hetzelfde tempo als de Fransen. Ik heb naar mijn fietscomputer van zondag gekeken. Op de laatste vijf kilometer reed ik op hetzelfde tempo als de gast die voor mij zigzagde. Dat is het begin van een project.
En dan is er de camper. De mannen waren eerder klaar, ze zijn erin gaan zitten, en Mats Wenzel zei dat het „een bizarre situatie was om een medaille te winnen terwijl je in de camper blijft zitten”. Ik ken dat. Ik win mijn discussies zittend aan de toog.
Dat hij me de naam geeft van de mekanieker die de reservefiets bovenhaalde. De rest is projectgebabbel.
Zondag heb ik de club een doel op twee jaar voorgesteld. Vertrekken om negen uur tien. Aan de toog hebben we er tot de middag over gediscussieerd.
Het klopt, we hebben het nagekeken: DirectVelo.







