Maxim Van Gils zit op het EK in Slovenië met één T-shirt en zonder tandenborstel. „Mijn valies is blijven staan in Brussel”, zei hij tegen VTM Nieuws. Ik las het in de bestelwagen, de gsm op de werkstandaard.
Ik leg het geval op de standaard. Stuk voor stuk.
De rugzak: de tenues van de Belgische ploeg zaten erin, ze zijn samen met hem in Ljubljana aangekomen. Dat is een goede montage. Het tenue reist met de renner, niet in het ruim. Meer zeg ik er niet over, het klopt gewoon.
De valies: toilettas en herstelvoeding. Gebleven in België. Hij zegt dat hij toch kan rijden. Ik geloof hem, hè. Een renner zonder tandenborstel rijdt gewoon. Een fiets zonder ketting niet.
Het reservestuk: Remco Evenepoel leende hem een T-shirt. Het T-shirt wel. De tandenborstel niet. „Dat vond Remco geen goed idee”, zei Van Gils. Remco heeft gelijk. Ik leen mijn borstel ook niet uit. Die voor de tanden, bedoel ik. Die voor de cassette al helemaal niet: dat is de enige die in de kleine tandwielen past.
De herstelling: hij is naar de plaatselijke supermarkt gestapt voor een deodorant en een tandenborstel. Noodreparatie ter plaatse, met wat je vindt. Dat doe ik ook op zondag als er een remblok ontbreekt en het dorp enkel een ijzerhandel heeft.
Ik heb altijd een tandenborstel in mijn rugzak. Met de rugzak kunnen we praten.
Rest nog de oproep. Via VTM Nieuws vroeg hij Brussels Airlines om zijn valies op te sturen: „Brussels Airlines, het zou vriendelijk zijn mochten jullie mijn bagage opsturen alstublieft.” Beleefd. Ça va?
Ik leg zelf een nieuwe borstel in het bakje van de bestelwagen. Eén voor de tanden, één voor de ketting. Met etiket erop.
Het klopt, we hebben het nagekeken: HLN.







