Dezelfde wegen, vroeger, korter. Ik las dat op Sporza met mijn helm nog op, en ik herkende mijn zondagse rit, maar dan andersom.
Bij ons vertrekt de groep van de sterken om negen uur. Ik vertrek om negen uur twintig, met de korte versie, en ik vind ze terug in het café. In de Eneco Tour is het omgekeerd op de klok: de vrouwen vertrekken vroeger, op dezelfde wegen, en hun afstand is telkens korter dan die van de mannen, behalve in de proloog en de tijdrit. Twee koersen, twee klassementen, één naam. De ex-Tour of Holland en de ex-Simac Ladies Tour.
De laatste dag, in Arnhem, vertrekt iedereen samen, geneutraliseerd. Na enkele kilometers rijden de mannen de grote lus, de vrouwen het plaatselijke circuit, en de mannen komen pas op het circuit als de vrouwen binnen zijn. Dat is precies het principe van onze rit, op één verschil na: bij ons heeft nog nooit iemand gewacht tot ik er was.
In de proloog in Den Haag wilde men ze om en om laten starten. De UCI was het daar niet mee eens: twee aparte koersen, een kwestie van verzekeringen. Roxane Knetemann zei het tegen Sporza: “Dus we zijn in ons enthousiasme misschien net iets te snel geweest voor de UCI.” Er starten dus 30 vrouwen, 30 mannen, 30 vrouwen.
Te snel is geen reden voor een declassering. Ik noteer.
Mij heeft nog nooit iemand te snel genoemd. De club heeft al meermaals “te laat” gezegd. Ik zeg niet dat ik de proloog zou rijden. Ik zeg dat we er op principe over kunnen praten. Aan de toog hebben we tot de middag gediscussieerd.
Het klopt, we hebben het nagekeken: Sporza.






