Boven mijn werkbank hangt een elektriciteitsfactuur met een punaise, naast de kalender van de crossen. De compressor, de hogedrukreiniger, de radio. Nog nooit heeft iemand mij korting gegeven omdat het wiel dat ik oppomp van een vrouw is.
Dus toen ik las dat Charlotte Kool, van Fenix-Premier Tech, zich op Instagram ironisch afvroeg of de rensters korting op energie krijgen in de Eneco Tour, legde ik de sleutel van 15 neer. Net daarvoor had ze geschreven: „Zelfde starttijd, zelfde afstand en zelfde energie”. Dat is een technische fiche. Niets op aan te merken.
Dan de cijfers. Proloog, dinsdagavond: 1.490 euro voor de winnaar bij de mannen elite, 220 euro voor Lieke Nooijen bij de vrouwen. Volgens WielerFlits is het in de andere etappes en in de premies van de klassementen hetzelfde. Zelfde afstand, zelfde ketting die draait. Dat is een derailleurprobleem: een ritsel dat over de hele cassette overslaat, niet alleen in de proloog.
Na de eerste rit in lijn legde ze aan In de Leiderstrui uit dat het geld voor de rensters maar een kleine bonus is en dat het vooral om het principe gaat. En dat het met een knipoog was. Ik begrijp dat. Een kabel die schuurt is niet erg, je rijdt toch door. Maar je hoort hem bij elke trap, hè.
Een kleine bonus, daarmee betaal je de koffie van de hele wagen. Dan moet hij wel dezelfde zijn aan de tafel ernaast.
Ik weet niet wie daar de bedragen vastlegt. Ik regel wat ik onder handen heb. De compressor pompt voor iedereen even hard op, op een tiende bar nauwkeurig. Ik ga die van de club eens oppompen. Alle wielen, dezelfde prijs: niets.
Het klopt, we hebben het nagekeken: WielerFlits.







