Remco Evenepoel is Europees kampioen voor Giulio Ciccone, met een verschil van enkele millimeters. Met het blote oog kon niemand zeggen wie had gewonnen; de fotofinish deed dat wel. De dag erna schreef Ciccone op Instagram dat hij de beelden van de lijn honderden keren had bekeken zonder te kunnen rijmen wat hij zag met de uitslag. Hij zegt ook dat Evenepoel de sterkste was en dat hij veel respect voor hem heeft.
’s Avonds bracht de UEC een communiqué uit. Hun toestel registreert de finishlijn 13.000 keer per seconde. Dertienduizend. Ik legde mijn gsm op de keukentafel en opende de app van mijn teller.
Mijn teller registreert één keer per seconde. Eén. Zondag geeft hij me op de helling van Overijse een segment waarop ik de top voor Didier van de club haal. Didier heeft hetzelfde segment, met hem voor mij. Dezelfde helling, dezelfde minuut, twee winnaars. Aan de toog hebben we tot de middag gediscussieerd, en we hadden geen communiqué.
Ciccone heeft het over 0,0028 seconde. HLN preciseert dat de gegevens 0,00028 zeggen. Met één beeld per seconde zie ik die 0,00028 niet voorbijkomen. Ik zie hem niet eens aankomen. Tussen twee beelden heeft mijn teller tijd genoeg om de sprint te missen, de handdruk en de helft van de podiumfoto.
Dus heb ik de omgekeerde rekensom gemaakt. Als mijn teller 13.000 beelden per seconde nam, had hij het rode licht in Oudenaarde gezien, de tas koffie boven op de Kwaremont, de rugzak die heen en weer zwiert, en waarschijnlijk het exacte moment waarop Didier zijn laatste ruk gaf. Ik ben er niet meer zeker van dat ik Overijse heb gewonnen. Ik ben er niet meer zeker van dat ik Overijse heb beklommen aan de snelheid die ik al twee jaar vertel.
De UEC zegt dat het referentiepunt de voorkant van het voorwiel is. Het mijne is het moment waarop ik eraan denk op de knop te drukken. Dat scheelt ongeveer een bocht.
Ik zeg niet dat ik win. Ik zeg dat we, met Didier, bij één beeld per seconde lang kunnen praten.
Het klopt, we hebben het nagekeken: HLN.






