Paul Seixas won zaterdag de Ronde van Lombardije, op twintig jaar, zijn eerste Monument, de jongste winnaar uit de geschiedenis van de koers. Aanval op 19 kilometer van de streep, Pogacar onttroond na vijf zeges. Goed. Zondag om 8.15 uur vertrekt hij in Fréjus voor de Roc d’Azur. Op de mountainbike. 55 kilometer.
Ik hoorde dat op de radio in de camionette, op de parking van een cross, en ik legde mijn sleutel neer.
Want het onderdeel in kwestie is hier niet hij. Het is de fiets die op hem wacht. Een racefiets gaat na een Monument terug in de camion en wacht op zijn wasbeurt. Een mountainbike voor de volgende ochtend: iemand moet die hebben bovengehaald, afgesteld, opgepompt. Een vering monteer je niet in een opwelling. Hij wel, volgens Sporza: hij besliste vrijdag, bij zijn terugkeer van de ploegenpresentatie. „Toen ik terugkwam van de ploegenpresentatie, zei ik: kom op. Ik ga mezelf motiveren om het te doen”, zei hij tegen Sporza.
Mezelf motiveren, bij mij is dat de remmen ontluchten. Dat duurt een kwartier en niemand klapt.
Hij zegt ook dat hij het samen met Bruno Armirail doet en dat ze er wel lol aan zullen beleven. Dat snap ik. Met twee rijden is al de helft van een afstelling: eentje die de fiets vasthoudt, eentje die aanspant.
Een Monument en een mountainbike in hetzelfde weekend, dat zijn twee volgwagens. Ik zou beide mekaniekers met u aanspreken.
Hij moest dezelfde avond nog terug naar Nice. Tussen Nice en Fréjus zit een nacht. Ik weet wat je in een nacht met een werkstandaard doet. Ik ga niet zeggen met welke bandenspanning hij rijdt, ik ken ze niet. Ik ga die van de mountainbikes van de club eens nakijken, hè.
Het klopt, we hebben het nagekeken: Sporza · Wielrennen.







