Eén seconde. Ik heb het klassement twee keer herlezen, op de tablet die tegen de voetpomp staat, in de garage, tussen de tweede en de derde fiets. Sandrine Tas leidt de Eneco Tour met één seconde voorsprong op Lieke Nooijen en drie op Charlotte Kool. Een seconde, bij mij thuis, is de tijd om de gsm van het stuur te halen en naar de teller te kijken.
De feiten eerst. Dinsdag won Nooijen in Den Haag de proloog van 3,1 km en werd Tas vierde. Woensdag won Tas in Ede-Ede, 79,5 km, de sprint voor Kool en Barbara Guarischi. Een vluchtpoging met twee, Fariba Hashimi en Talia Appleton, hield stand tot in de laatste rechte lijn. Tot in de laatste rechte lijn. Mij halen ze meestal bij de eerste rotonde al bij.
En dan is er dat detail waar ik dol op ben: Sandrine Tas, 31 jaar, was langebaanschaatsster. Ze pakt haar derde UCI-zege in haar eerste seizoen bij Lotto-Intermarché. Ik heb nooit geschaatst. Ik ben ooit in februari met de rugzak over het plein van Lasne gegleden op ijzel, en dat reken ik als gespreksbasis.
Ik zeg niet dat ik de sprint van Ede win. Ik zeg dat ik de seconde heb. Mijn rit van zondag vertrok om negen uur twintig, de oproep zei negen uur negentien. Trek de seconde af, dan blijft er een man van negen uur twintig over, en een Belgische aan de leiding in een Nederlandse koers.
Een seconde win je zelden vooraan. Ze gaat vaak achteraan verloren, bij het terugrijden naar de volgwagen.
Aan de toog hebben we de rekening op een servet gemaakt: 79,5 kilometer is ongeveer onze zondagse rit, zonder Brussel-Namen op de terugweg. We hebben tot de middag gediscussieerd over of schaatsen helpt bij het versnellen. Niemand had ooit geschaatst. We hebben een tweede tas koffie besteld.
Het klopt, we hebben het nagekeken: Sporza.






