Nederland stuurt omkadering naar het WK gravel in Australië. Ze brengen Marianne Vos en Geerike Schreurs onder. Die betalen hun reis zelf. En de federatie geeft hun kledij mee die ze na gebruik moeten teruggeven. Na gebruik. Ik las dat in de bestelwagen, de GSM op de werkbank, en ik ben gestopt met ontvetten.
Een gravelpak is na een koers geen kledij meer. Het is een bodemstaal. Stof in de naden, zand in de zeem, aarde uit West-Australië die je in Nederland nog drie wasbeurten terugvindt. Wie wast het voor het terug gaat? De renster of de federatie? Op hoeveel graden? Niemand zegt het.
Bij de Britten is het omgekeerd, volgens Cyclingnews: de renster koopt. 60 pond voor de wielertrui, 120 voor het koerspak. Maddy Nutt zei tegen Cyclingnews dat ze de kledij van twee jaar geleden kan dragen, maar dat ze dan op de foto’s op haar sociale media niet de juiste GB-kledij aanheeft, en dat ze niet vindt dat het aan haar is om dat te betalen. Ik begrijp dat. Een wielertrui van twee jaar oud, die hou ik voor in het atelier.
Schreurs zei tegen Cyclingnews dat ze heel goeie steun krijgt van Specialized Off-Road en dat het voor de rensters eigenlijk gewoon een normale verplaatsing naar een koers is. Dat is een goed afgestelde fiets. Niets dat wrijft.
Bij ons gaven we de bidons terug. Nooit proper, maar we gaven ze terug.
De diagnose is simpel. Uitgeleende kledij is poolmateriaal. En poolmateriaal komt altijd terug met een brol erin. Ik ga een etiket „eerst afspoelen” op de clubtruien plakken, zeg. Ça va?
Het klopt, we hebben het nagekeken: Cyclingnews.







