Droog en hard. Zo noemt Eli Iserbyt de Koppenberg in HLN, ondanks de storm van vorige week. En een ronde extra voor de renners. Ik las het in de bestelwagen, de tuinslang opgerold aan mijn voeten, klaar voor zondag.
Droog en hard, ik vertaal. Geen modder in de cassette. Geen brol in de derailleur. De reservefiets in de pit gaat zich vervelen. De mekanieker die klaarstaat met de tweede propere fiets, gaat de eerste zien voorbijkomen, nog altijd proper. Ik heb er een beetje medelijden mee.
Een ronde extra op hard terrein is wel een bandenkwestie. Goed. Maar met welke bandenspanning? Op zacht terrein laat je er wat uit, je zoekt grip. Op droog terrein pomp je iets bij, anders sla je de velg stuk op de wortels. Niemand spreekt erover. Ik wel.
Iserbyt zegt ook dat Michael Vanthourenhout, die vier van zijn vijf crossen dit seizoen won, minstens 25 seconden voorsprong moet hebben aan de voet van de laatste klim. Vijfentwintig seconden is bij mij de tijd om een achterwiel te wisselen als de snelspanner niet vastgelopen is. En hij herinnert aan de rand van vijftien centimeter waarlangs hij in 2021 Toon Aerts voorbijging. Vijftien centimeter. Een crossband past erin. Er blijft plaats over. Niet veel, hè.
Een rand van vijftien centimeter. Ik noteer de breedte. Ik noteer niet wie er overheen rijdt.
Goed. De tuinslang blijft in de bestelwagen, voor het geval dat. Ik ga die van de club eens een tiende hoger oppompen, hè. Op droog, ça va?
Het klopt, we hebben het nagekeken: HLN.







