De televisie toont de aankomst, het podium, de armen in de lucht. Ik luister naar de micro van de twee speakers, Randy Ferguson en Jacques Galarneau, die hun woorden aan het publiek uitleggen. En ik dacht: dat zijn mensen die over de koers praten vanaf de plek waar je ze echt beleeft, achteraan, daar waar de camera nooit afdaalt.
« Dans la barrure », dat is de gracht. Daar heb ik mijn loopbaan doorgebracht, in de gracht, zonder ooit het vooraan te zien. « Jambon scrap », dat zijn de benen op het einde, als je al binnen de tijd bent gereden en nog altijd aan het rekenen bent. « Se fraiser », dat is jezelf kapotrijden in de overtuiging dat je kan volgen. « J’en ai plein mon cass », als de zak leeg is en de koers doorgaat. « Péter au frette », dat is lossen in de kou, « crisser une mine », dat is jezelf bang maken in de afdaling. In het gruppetto hebben we dezelfde woorden, maar we zeggen ze niet in de micro: we bewaren ze voor de koffie, als het podium al afgebroken is.
Vooraan weet ik het niet. Achteraan kan ik u zeggen dat we die uitdrukkingen kennen. ’s Avonds in het café rijden we binnen de tijd naar binnen en hebben we onze zak vol, een jambon scrap om aan niemand te vertellen. De speaker, die heeft de micro. Wij, achteraan, hebben de bidons. Een bidon, die moet je verdienen, en de woorden, die vergeet je op de top.
Sommige van hun uitdrukkingen zouden op een aankomstlijn van het WK niet doorgaan. Dat is de grens tussen het bureau en het podium: de ene houdt de micro vast, de anderen houden de woorden voor de terugrit. Ze zeggen gruppetto, maar het is een bureau, en in een bureau herhaal je op maandag niet alles wat er op zondag is gezegd. De speakers kiezen voor het publiek wat je over de barrure mag zeggen, en wat je voor de koffie bewaart. De koers, dat is ook dat: twee micro’s vooraan, en achteraan woorden die je uitwisselt als het podium afgebroken is.
Het klopt, we hebben het nagekeken: RTBF Sport.





