Ashlin Barry vertrok heel vroeg, alleen, en hield zijn voorsprong tot aan de finish. Voor de wedstrijd dacht hij op zijn best een medaille te kunnen pakken. Hij zei aan Sporza dat hij zijn hond hoorde blaffen langs het parcours: „Ik hoorde zelfs mijn hond blaffen langs het parcours. Het voelde als een thuisrace en ik ben dankbaar voor de steun.” Montréal is ook de stad waar zijn vader zijn laatste koers reed.
Myriam heeft de map geopend.
Ten eerste, de winnaar rijdt over de streep in 4u17’35”. Geklasseerd eerste. Ten tweede, de volgende komt 53 seconden later aan. Het verschil is genoteerd. Ten derde, Jesper Stiansen, derde. Het podium is compleet. Ten vierde, een hond blaft langs de weg. Ik zoek. Het reglement voorziet in seingevers, toeschouwers, de hoogte van de kousen. Het voorziet niet in de hond. Wat niet verboden is, moet niet genoteerd worden. Ik controleer toch of de hond geen bidon aanreikt. Dat doet hij niet.
Hij zegt dat hij aan een medaille dacht, misschien aan de tijdrit. Het reglement klasseert geen bedoelingen, het klasseert aankomsten. Hij zegt: „Ik weet echt niet hoe ik dit heb gedaan.” Ik wel: hij is vertrokken, en niemand heeft hem teruggepakt. Dat staat in de kolom. Conform.
Ze heeft de verjaardag niet genoteerd. Dat staat ook niet in de kolom. Ze heeft alleen de volgorde van de handelingen herlezen, eerst de streep, dan de armen, en er niets op aan te merken gevonden. Ze heeft de map gesloten. De hond, die, is niet geklasseerd.
Het klopt, we hebben het nagekeken: Sporza.







