Achteraan in het peloton: ik heb het segment. Niet in Shanghai, in Lasne, op zondag, vertrek van het plein om negen uur twintig. Het is de plek vanwaar je iedereen ziet en waar niemand naar u kijkt.
Lotte Kopecky zat er op 16 oktober, achteraan, in de puntenkoers van het omnium op het WK. Volgens Sporza pakte ze geen enkel punt en viel ze niet aan. Daarvoor: tweede in de temporace, tweede in de afvalkoers, vijfde in het klassement op 12 punten van brons. Ze eindigt zevende, met 86 punten. Anna Morris wint met 125, voor Tsuyaka Uchino en Amalie Dideriksen. De dag ervoor was Kopecky wereldkampioene in de afvalkoers geworden. De dag erna: de Madison met Shari Bossuyt.
Ik ga u niet zeggen waarom ze achteraan zat. Ik weet het niet. Als ik achteraan zit, is dat door de rugzak, de wind tegen in beide richtingen en die gast die voor me zigzagt. Trek de rugzak af, trek die gast af: ik zit nog altijd achteraan, maar met één excuus minder.
Er is ook Jules Hesters, elfde in de puntenkoers bij de mannen. Zijn eerste punten pakte hij na de helft van de koers, in een sprint. Hij zei tegen HLN: „Ik had graag top zes gereden vandaag, maar het is mijn eerste puntenkoers op internationaal niveau. Ik had mij niet aan dit scenario verwacht.” Mijn eerste rit met de club had ik me ook niet aan dat scenario verwacht. Ze hadden gezegd negen uur. Ze zijn om negen uur vertrokken.
Mark Stewart won, voor Benjamin Thomas. Op een wielerbaan is er geen rood licht in Oudenaarde, dat heb ik op het plan nagekeken.
Achteraan, Xavier, dat is een bureau. Jij zat daar als stagiair.
Ik zeg niet dat ik het omnium rijd. Ik zeg dat we over de staart van het peloton kunnen praten. Aan de toog hebben we tot de middag gediscussieerd.
Het klopt, we hebben het nagekeken: Sporza.






